Burgemeester Johan Remkes 4 mei 2020

4 mei boodschap van burgemeester Remkes

Bookmark

Boodschap van waarnemend burgemeester Johan Remkes op 4 mei 2020.

Het is 4 mei. Net als ieder jaar herdenkt Nederland alle mensen die sinds het begin van de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen of omgebracht als gevolg van oorlogsgeweld en onderdrukking. En toch is de herdenking dit jaar heel anders. We kunnen niet bijeenkomen bij een van de vele monumenten die in Den Haag zijn opgericht ter nagedachtenis aan de slachtoffers. Dat is een groot gemis, om te beginnen voor iedereen die de oorlog nog heeft meegemaakt of die familieleden verloor in de jaren 1940 -1945. Voor hen is deze dag bijzonder beladen, juist vanwege de persoonlijke en vaak zeer pijnlijke herinneringen aan al het leed en verdriet dat de Tweede Wereldoorlog teweeg heeft gebracht. Laat onze gedachten vandaag in de eerste plaats uitgaan naar hen en laten we, waar mogelijk, er voor hen zijn.

Tegelijkertijd zullen ook vele anderen het jammer vinden dat de herdenkingen niet door kunnen gaan. Want hoewel de oorlog steeds langer geleden is, zijn die bijeenkomsten normaal gesproken goed bezocht en zien we er steevast veel mensen van de naoorlogse generaties. Sinds een aantal jaren vindt in Madurodam zelfs de Nationale Kinderherdenking plaats, een eerbetoon van de kinderen van nu aan de slachtoffers van toen. Gelukkig kan die herdenking wel doorgaan en via een livestream vanuit huis te volgen zijn.

Op het ogenblik is onze persoonlijke vrijheid noodgedwongen ingeperkt. Hoe ernstig de huidige situatie ook is, toch is onze situatie (zoals ik al eerder schreef) onvergelijkbaar met de Tweede Wereldoorlog. Toen werden onze democratische grondrechten en rechtsstaat met voeten getreden door het mensen verachtende naziregime. Toen kon iedereen het slachtoffer worden van luchtaanvallen of ander oorlogsgeweld. Nu hebben we te maken met een virus dat we moeten zien te beteugelen en daarom kunnen we tijdelijk niet alles doen zoals we gewend zijn. Wanneer we ons dát realiseren dan beseffen we óók hoe relatief de inbreuk van de huidige maatregelen op onze persoonlijke vrijheid nu is, vergeleken met de onvrijheid en de gevaren van toen.

Want Den Haag, de Hagenaars en Hagenezen hebben het die vijf jaren van bezetting heel zwaar te verduren gekregen. Hier vestigden de Duitse nationaalsocialisten hun belangrijkste instanties. Een kwart van de Haagse bevolking verdreven zij uit hun huizen, om plaats te maken voor hun verdedigingslinie, de Atlantikwall. Hele straten zijn hiervoor gesloopt. Duizenden Haagse mannen transporteerden zij als dwangarbeider naar Duitsland. Op het einde van de oorlog eiste de Hongerwinter ook hier een hoge tol, net als de rampzalige luchtaanval op het Bezuidenhout. In het voorjaar van 1945 lag Den Haag er dan ook verweesd bij. Een geschonden stad, in alle opzichten.

Zo´n 15.000 inwoners van Den Haag overleefden de oorlog niet. Ongeveer 12.000 van hen waren Joods. Bovendien zijn uit Den Haag ook Sinti en Roma weggevoerd. Mannen en vrouwen. Kinderen en bejaarden. Allemaal in koelen bloede vermoord. Dat de treinen waarmee zij naar de vernietigingskampen werden gebracht volgens dienstregeling steeds kort halt hielden op het station van Zuidbroek, niet ver van de grens met Duitsland, doet mij ook persoonlijk wat. Ik ben er geboren. Zuidbroek was een van de laatste plaatsen in Nederland die de gedeporteerde Joodse Hagenaars nog zagen, als ze al iets konden zien vanuit de treinen waarin zij zaten opgesloten. De moord op onze Joodse stadsgenoten is en blijft de grootste ramp die Den Haag ooit getroffen heeft.

Er waren mensen, soms al in een vroeg stadium van de oorlog, die zeiden: we leggen ons niet neer bij de bezetting van ons land, we moeten hiertegen in verzet komen. Zij weigerden mee te werken met de bezetter, hielpen onderduikers, verspreidden illegale kranten of boden op een andere manier verzet. In die diep donkere tijd waarin onmenselijkheid leek te zegevieren, zorgden zij ervoor dat het licht van de menselijkheid niet uitdoofde. Velen van hen betaalden hiervoor de hoogste prijs: zij werden geëxecuteerd op de Waalsdorpervlakte of kwamen om in gevangenissen en kampen in Duitsland.

Ieder jaar wordt het aantal ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog kleiner. Aan ons is de opdracht om de herinnering aan die verschrikkelijke tijd levend te houden. De verhalen van onze ouders en grootouders door te vertellen aan de komende generaties. En ons te blijven inzetten voor vrede, recht en vrijheid. Om te beginnen uit respect voor de miljoenen slachtoffers. Maar ook met het oog op de toekomst. De geschiedenis van het nazisme en de bezetting van Nederland heeft geleerd hoe geleidelijk, ja soms bijna onmerkbaar, de rechtsstaat kan worden uitgehold. Hoe mensen stapje voor stapje van hun rechten kunnen worden ontdaan en tot tweederangs burgers verklaard.

Ook 75 jaar na dato moeten we waakzaam blijven. Want in tegenstelling tot wat sommigen zeggen, kunnen we leren van de geschiedenis. Doorgronden op welke momenten men had kunnen ingrijpen, het onheil had kunnen afwenden. Daaruit kunnen we lering trekken voor vandaag en morgen.

Het veiligstellen van een vreedzame en gelukkige toekomst begint met het opleiden van een nieuwe generatie actieve burgers. Maria Montessori schreef: “Oorlog voorkomen is de taak van politici, de vrede bewaren is de taak van leerkrachten”. In dat licht moeten we ook het bezoek bezien dat leerlingen van het Johan de Witt College uit Den Haag begin dit jaar brachten aan Auschwitz-Birkenau, samen met wethouder Bert van Alphen.

Ik zou daaraan willen toevoegen: die verantwoordelijkheid ligt niet enkel bij leerkrachten, maar bij alle ouders, bij ons allemaal. Laten we daar met elkaar steeds aan blijven werken. En daaraan denken wanneer wij vanavond thuis twee minuten stil zijn.