75 jaar bevrijding in Den Haag

Den Haag in de Tweede Wereldoorlog

Bookmark

Den Haag heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog veel doorstaan. Dit begon al op 10 mei 1940 met de Slag om de Residentie. In de oorlogsjaren werden vele Haagse joden vervolgd, vond spionage en verzet plaats, werd een groot deel van de stad geëvacueerd voor de aanleg van de Atlantikwall. Er waren bombardementen en V2-raketten die de stad tot puin maakten. De razzia's en strenge hongerwinter maakte het leven in de stad verschrikkelijk. De bevrijding vond in Den Haag pas plaats op 8 mei 1945, dagen na de Duitse overgave. Lees de Haagse geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in een notendop.

Tweede Wereldoorlog - Geschiedenis - NIOD
Deutsche Fallschirmjäger landen bij vliegveld Ypenburg op 10 mei 1940. (Bron: NIOD)

De Slag om de Residentie

In de vroege ochtend van 10 mei 1940 viel Duitsland ons land binnen. Den Haag was een cruciaal onderdeel van het Duitse aanvalsplan. Dat resulteerde in de Slag om de Residentie. De Duitsers voerde de eerste grootschalige luchtlandingsaanval uit de krijgsgeschiedenis uit om de Haagse vliegvelden Ypenburg, Ockenburg en Valkenburg te veroveren. Ook wilden ze koningin Wilhelmina, leden van het Kabinet-De Geer II en de legerleiding gevangen te nemen, direct tot overgave te dwingen en zodoende de oorlog binnen één dag te beëindigen.
Het lukte de Duitsers aanvankelijk om de drie Haagse vliegvelden in te nemen, maar het Nederlandse leger verzette zich hevig o.a. onderleiding van George Maduro en begon een tegenaanval vanuit Ypenburg. Aan het einde van deze 10e mei waren de vliegvelden weer in Nederlandse handen. De euforie over deze overwinning was echter van korte duur; de Duitse successen in andere strategisch belangrijke gebieden in Nederland zorgde alsnog voor Duitse bezetting. De koninklijke familie en regering vluchtte naar Engeland.

Lees een ode aan George Maduro door Vrijheidsambassadeur Büsra Celik
Tweede Wereldoorlog - Geschiedenis - Haags Gemeentearchief
Rijksarbeidersdienst presenteert zich aan Rijksminister Seyess-Inqart op het Binnenhof (bron: H.A.W. Douwes, collectie Haags Gemeentearchief)

Centrum van de Duitse bezettingsmacht

Tijdens de Duitse bezetting werden het Binnenhof en het Plein het centrum van het Duitse bestuur van Nederland. Op Plein 23 zat het hoofdkwartier van de Duitse rijkscommissaris, dr. Arthur Seyss Inquart. Ook de bevelhebber van de Duitse strijdkrachten en de gehele politietop betrokken panden aan het Plein. Sociëteit ‘De Witte’ kreeg een bestemming als ‘Kasino des Reichskommissars’, een sociëteit voor officieren en hoge ambtenaren. In de directe omgeving, op en rond het Binnenhof, waren alle andere belangrijke Duitse instanties neergestreken. Aan alle gevels wapperde de rood-zwarte swastikavlag. De Sicherheitspolizei en Sicherheidsdienst, gevestigd op het Binnenhof, hielden zich bezig met ‘Joodse zaken’.

Themarondleiding Binnenhof tijdens de oorlog
Tweede Wereldoorlog - Geschiedenis - Soldaat van Oranje
Peter Tazelaar en Erik Hazelhoff Roelfzema, twee van de Engelandvaarders. (Bron: W. van de Poll / Anefo, collectie Nationaal Archief)

Engelandvaarders & Englandspiel

Naar schatting 1700 Nederlanders probeerde tijdens de oorlogsjaren naar Engeland te vluchten. De meesten kozen daarbij een route over land via Spanje-Portugal of Zweden, daarna met een vliegtuig naar Engeland. Een minderheid ging direct de Noordzee over. In de meest uiteenlopende vaartuigen maakte men die overtocht. Zo’n 10% haalde de Engelse kust. Het exacte aantal overtochten vanuit Scheveningen is onbekend. Op 16 maart 1941 ondernamen zeven Scheveningse vissersjongens met de garnalenvlet Anna KW 96 naar Engeland. Allen namen dienst in de Koninklijke Marine en overleefden de oorlog.

Bob van der Stok, Erik Hazelhoff Roelfzema (later bekend als de Soldaat van Oranje), Chris Krediet en Peter Tazelaar waren ook Engelandvaarders. Vanuit Engeland bedachten ze het spionageplan ‘Contact Holland’. In het najaar van 1941 kreeg de Duitse Abwehrstelle Niederlanden door dat er geheimagenten en illegale zenders waren. Ze haalden deze niet uit de lucht maar misbruikte ze om Nederlandse agenten te onderscheppen en misleidende informatie naar Engeland te sturen. Geheimagenten landde vaak op het Scheveningse strand met radioapparatuur, waaronder Hazelhoff Roelfzema, Krediet en Tazelaar.

De Haagse agenten Poos en Slagter werkte actief mee aan de Duitse inlichtingendienst. Ze vormden het ‘ontvangstcomité’ voor de gedropte agenten en haalde hen bij hun landingsplaatsen op. Voordat beide mannen aan de geheimagenten kenbaar maakten wie zij waren, probeerden zij hun zoveel mogelijk informatie te ontfutselen. De meeste agenten werden na arrestatie ondervraagd en mishandeld op het Binnenhof, het hoofdkwartier van de SD en gevangengenomen in het Oranjehotel. Aan het eind van de oorlog werden de meeste geheimagenten uit Nederland weggevoerd. 54 van hen hebben dit Englandspiel niet overleefd, de meesten van hen zijn in concentratiekamp Mauthausen vermoord. Jaarlijks is er een herdenking op 4 mei.

Herdenking Englandspiel op 4 mei
Tekening Oranje Hotel Niod
Tekening van de cel in het Oranjehotel (Collectie Niod)

Oranjehotel

Het Oranjehotel was de bijnaam van de Polizeigefängnis in het huis van bewaring in Scheveningen in de Tweede Wereldoorlog en huisveste zo'n 25.000 gevangenen onder wie veel verzetsmensen. Begin 1941 werden leden van de Geuzengroep gevangengenomen, op 2 april 1941 veel leden van de Stijkelgroep en vanaf juni dat jaar veel communisten. Zij werden gearresteerd vanwege uiteenlopende daden van verzet of Deutschfeindlichkeit, van het luisteren naar Radio Oranje tot het plegen van aanslagen tegen Duitsers. De samenstelling van de gevangenen was divers en mensen kwamen uit alle lagen van de bevolking. 

De bijnaam Oranjehotel wordt op 8 maart 1941 voor het eerst genoemd in de illegale krant Vrij Nederland. Uit deze beginperiode dateert ook het bekende anonieme gedichtje, dat op de gevangenismuur werd gekalkt: "In deze bajes / zit geen gajes / maar Hollands glorie / potverdorie!" Onder de gevangenen zaten bekende namen zoals de Leidse hoogleraar Rudolph Cleveringa, de geestelijke Titus Brandsma, George Maduro en ‘de Soldaat van Oranje'. Van 734 verzetsmensen staat vast dat zij via het Oranjehotel aan hun einde zijn gekomen, waarvan 250 geëxecuteerd werd op de Waalsdorpervlakte. Een aanzienlijk groter aantal gevangenen werd op transport gesteld naar concentratiekampen. In mei 1945 kwam het huis van bewaring weer in Nederlandse handen en werden veel oorlogsmisdadigers, waaronder Anton Mussert, hier gevangen genomen.

Bezoek Nationaal Monument Oranjehotel
Tweede Wereldoorlog - Geschiedenis - Jodenvervolging
Omstreeks 1943: Verboden voor Joden in het duingebied (Collectie Haags Gemeentearchief)

Vervolging

Den Haag had voor de Tweede Wereldoorlog, na Amsterdam, de grootste Joodse gemeenschap in Nederland. Er woonde zo’n 17.000 personen van Joodse afkomst in de hofstad in 1940. Ruim 14.000 van hen werden gedeporteerd en meer dan 12.000 Haagse Joodse mensen, waaronder meer dan 2000 kinderen, zijn in concentratie- en vernietigingskampen vermoord. In de zomer van 1943 vestigde ook 19 Roma en Sinti-gezinnen zich in Den Haag. De 112 personen inclusief 50 kinderen mochten niet meer rondtrekken en trokken in hofjeswoningen bij de Bilderdijkstraat en de Veenkade. Bij de politie in Den Haag moesten zij zich inschrijven als zigeuners. De Duitsers noemden het hofje het ‘zigeunergetto’ van Den Haag. Op 16 mei 1944 werden ze per trein via doorvoerkamp Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Van de in totaal 245 gedeporteerde zigeuners keerden er 30 terug naar Nederland.

Herdenk de Joodse slachtoffers bij het Joods monument
Tweede Wereldoorlog - Geschiedenis - Atlantikwall - Haags Gemeentearchief
Tweede Wereldoorlog - Geschiedenis - Atlantikwall - Scheveningen Haags Gemeentearchief
Atlantikwall in Den Haag Foto links: De tankgracht op de Eisenhowerlaan 1943 (bron: C. Looije, collectie Haags Gemeentearchief ) Foto rechts: Bunkers op de boulevard, afbraak in 1945 (bron: Thuring Fotoburo, collectie Haags Gemeentearchief)

De Atlantikwall

In 1943 werd begonnen met de aanleg van de Atlantikwall, de Duitse kustverdediging. Behalve de vele bunkers, versterkingen en versperringen langs de kust van Scheveningen, lieten de Duitsers tankgracht door grote delen van Den Haag en Scheveningen, als onderdeel van de 'Vesting Scheveningen' aanleggen. Het betekende een definitieve breuk tussen de wijken Duinoord, Zorgvliet en het Statenkwartier. Een deel van die wijken werd afgebroken. Er werden ruim 30.000 woningen ontruimd, duizenden huizen werden gesloopt en 50.000 bomen gekapt. Tenminste 140.000 Hagenaars, waaronder nagenoeg alle bewoners van Scheveningen, moesten op last van de Duitse bezetter hun huis verlaten en geëvacueerd. Zo kwamen veel Scheveningers in de Achterhoek terecht, bijvoorbeeld in Aalten en Epe.
 

Kom meer te weten over de Atlantikwall op de Bunkerdag
Tweede Wereldoorlog - Geschiedenis - Kleykamp - Haags Gemeentearchief
Tweede Wereldoorlog - Geschiedenis - Kleykamp - Haags Gemeentearchief
Links: Gebouw Kleykamp voor het bombardement, 1942 (bron: H.A.W. Douwes, collectie Haags Gemeentearchief) Rechts: Brandweerlieden blussen na bombardement. (Bron: Collectie Haags Gemeentearchief)

Bombardement gebouw Kleykamp

In gebouw Kleykamp (nu Carnegieplein) tegenover het Vredespaleis was tijdens de oorlog de Rijksinspectie der Bevolkingsregisters gevestigd. Hier werd van ieder persoonsbewijs (pb), toen het identiteitsbewijs in Nederland, een bewijs van afgifte bewaard. Het was dus feitelijk een centraal persoonsbewijzenregister. De pb's waren van groot belang omdat de nummers op deze identiteitskaarten een rol speelden in het distributiesysteem van voedsel. Zonder een geldig pb kon je niet aan voedsel komen. Om het distributiesysteem te saboteren werd Kleykamp op verzoek van het verzet gebombardeerd op 11 april 1944. 65 mensen verloren tijdens het bombardement het leven.

Tweede Wereldoorlog - Geschiedenis - Hongerwinter - Haags Gemeentearchief
Houtkap in de Scheveningse bosjes tijdens de hongerwinter (bron: M. Huizinga, collectie Haags Gemeentearchief)

De hongerwinter

Aan het eind van de oorlog was aan alles gebrek. Door een grote spoorwegstaking - om de Duitsers tegen te werken - was er geen vervoer van voedsel en brandstof meer mogelijk naar het westen van Nederland. In Den Haag stopte de gastoevoer op 11 oktober 1944 en op 20 november de elektriciteitslevering. Het majo’tje, een zelfgemaakt allesbrandertje, werd bij de meeste Hagenaars het kooktoestel en de enige verwarming. De enorme brandstofschaarste leidde ertoe dat in de herfst van 1944 de jacht op hout begon. Wat er over was van de Haagse parken en plantsoenen probeerden verkleumde Hagenaars te roven. In het Haagse Bos en de Scheveningse Bosjes kapten mannen, vrouwen en kinderen illegaal bomen, dat vervolgens als brandhout in de kachels verdween. Leegstaande huizen in het voor de Atlantikwall geëvacueerde gedeelte van Den Haag waren een geliefd doelwit voor houtzoekers. Ongeveer 6.000 huizen werden op deze manier onttakeld, waarvan zo’n 1.700 onherstelbaar. De levensmiddelenschaarste veranderde in het najaar van 1944 in hongersnood. Mensen stierven van honger en kou. In Den Haag kwamen alleen al in 1945 ongeveer 2100 mensen om van de honger.

Tweede Wereldoorlog - Geschiedenis - V2
Een V2-rakket wordt in gereedheid gebracht. (Bron: Haags Gemeentearchief)

V2-rakketten

Vanaf najaar 1944 zetten de Duitsers een nieuw wapen in: de V2, de eerste onbemande geleide ballistische raket. Vanuit diverse locaties in en rond Den Haag, lanceerden de Duitsers V2-raketten met als doel Engelse steden. Maar het ging vaak mis. Dan stortten de raketten met hun vernietigende lading neer op Haagse woonwijken. Op nieuwjaarsdag 1945 gebeurde dit in de Indigostraat. Er vielen hier 24 doden, 67 zwaar- en lichtgewonden. Veel huizen waren verwoest of beschadigd. In de verre omgeving was er glasschade; van bijna 3.000 woonhuizen sneuvelden de ramen. In het voorjaar nam het aantal lanceringen aanzienlijk toe met 18 februari, als hoogtepunt toen er ongeveer 17 raketten werden afgevuurd. De lanceringen gingen door tot eind maart 1945. In totaal waren vanaf Den Haag 1039 lanceringen, waarvan 87 mislukten. De geallieerden hebben diverse pogingen ondernomen om in die periode de lanceringen te stoppen met precisiebombardementen op de opslaglocaties. Bijvoorbeeld in Loosduinen in februari 1945 en Bezuidenhout 

Herdenking 18 slachtoffers bombardement Loosduinen - verslag
Tweede Wereldoorlog - Geschiedenis - Bezuidenhout
Tweede Wereldoorlog - Geschiedenis - Bezuidenhout
Links: Schade na het bombardement op Bezuidenhout bij het Louise de Colignyplein. (Bron: Otto van Neyenhoff, collectie NIOD) Rechts: Brand in Bezuidenhout (Bron: Fotoafdrukken Koninklijke Landmacht)

Bombardement op Bezuidenhout

De Engelse Second Tactical Air Force56 zette op 3 maart 1945 bommenwerpers, Mitchells en Bostons in om vanuit België en Noord-Frankrijk om de V2-opslag in het Haagse bos aan te vallen. Maar het ging mis. In meerdere rondes gooiden ze hun lading uit over vooral de wijk het Bezuidenhout, maar ook het Korte Voorhout werd geraakt. Harde noordenwind 'blies' de bommen naar verkeerde locaties en door een navigatiefout en laaghangende mist vielen de bommen midden in de woonwijk rondom het Louise de Colignyplein. In totaal werd 67.000 kilo aan brisantbommen uitgeworpen boven de Haagse wijk. Meer dan 500 mensen werden gedood, ruim 250 mensen raakten zwaargewond. Duizenden mensen werden dakloos en velen huizen, winkels, bedrijven, scholen en kerkgebouwen lagen in puin. Vooral de heftige brand die volgde op het bombardement heeft vele mensen het leven gekost. De hulpverlening verliep moeizaam maar door onder andere gebrek aan materieel, manschappen en gesprongen waterleidingen was de brandweer niet opgewassen tegen het ‘inferno’, zoals velen het later hebben beschreven.

Herdenking bombardement op Bezuidenhout
Tweede Wereldoorlog - Geschiedenis - Irene Brigade
Tweede Wereldoorlog - Geschiedenis - Irene Brigade - Nationaal Archief
Intocht van de Irene brigade in Den Haag, op de Dagelijkse Groenmarkt (Bron links: collectie Haags Gemeentearchief, bron rechts: Nationaal Archief/Anefo)

Bevrijding in Den Haag

Op zaterdag 5 mei 1945 capituleerden de Duitsers. In Den Haag was de ‘bevrijdingsdag’ nogal een teleurstelling. Duitse politie en militairen bleven gewapend patrouilleren, omdat ze voor orde en rust moesten zorgen en maakten daardoor op het publiek niet de indruk dat zij zich hadden overgegeven. Het was daardoor wachten op de eerste geallieerde troepen. Ondertussen werd er geplunderd in NSB-gebouwen. Op 6 mei gaf de teruggekeerde burgemeester de Monchy een bevrijdingstoespraak bij het stadhuis op de Dagelijkse Groenmarkt en wapperde de driekleur aan de toren van de Grote kerk. Op 7 mei werden de eerste Canadese eenheden in de stad verwelkomd maar ze lieten de Duitsers ongemoeid. Anton Mussert werd die dag wel gearresteerd. Pas op 8 mei om 18.15 volgde een officiële intocht van de geallieerden met aan kop het First Canadian Corps, een van de opgenomen eenheden van de Koninklijke Nederlandse Brigade ‘Prinses Irene’. Een Nederlands legeronderdeel dat meevocht met de geallieerden. Het bestond voornamelijk uit voormalige verzetslieden die tijdens de oorlog naar Engeland waren overgestoken (Engelandvaarders) en uit Nederlandse soldaten die na mei 1940 buiten Nederland verbleven. Koningin Wilhelmina keerde pas op 6 juli 1945 terug in Den Haag.

Herdenking Prinses Irene Brigade

Dit artikel is geschreven in samenwerking met experts van Haags Gemeentearchief.