icon-share icon-external icon-chevron icon-arrow icon-list icon-location icon-navigate Sluiten facebook twitter linkedin whatsapp instagram youtube search cloud fog sun light snow rain Locationv2 save icon-chevron-left icon-chevron-right Chat
Rudi Hemmes

Rudi Hemmes: Je realiseert je pas na afloop dat je vreselijk geboft hebt

Bewaren

Ruim 1.700 Nederlandse mannen en vrouwen ontsnapten tijdens de Tweede Wereldoorlog uit bezet gebied en sloten zich aan bij de geallieerden. De Haagse Rudi Hemmes (95) is een van de laatste nog levende Engelandvaarders. In de Stadskrant vertelt hij zijn verhaal.

Haagse verhalen Rudi Hemmes
Rudi Hemmes
Je realiseert je pas na afloop dat je vreselijk geboft hebt
Rudi Hemmes

Zestien jaar was hij toen de Duitsers in mei 1940 landden in Den Haag. ‘Een prachtig gezicht, al die kerels die met hun parachutes uit de lucht kwamen vallen. Maar dat ze hier kwamen om de koningin te pakken vond ik schandalig. Dat ze Rotterdam bombardeerden. Dan krijg je een pesthekel aan de Duitsers.’

Zijn eerste daad van verzet was suiker in de benzinetanks van Duitse auto’s gooien. ‘Dan kon zo’n auto niet meer rijden. Mijn moeder zei: waar gebruik je toch al die suiker voor? Toen ging de suiker op de bon en was het afgelopen.’ Op de HBS praatte hij er weinig over. ‘Er waren ook klasgenoten die dachten: je moet je op de Duitsers richten, anders krijg je later geen baan.’

Als student Medicijnen in Utrecht ging hij door met zijn acties. ‘Ik was meer geïnteresseerd in wat doe ik om de Duitsers dwars zitten, dan om arts te worden.’ Ook hier merkte hij dat medestudenten bang waren. ‘De meesten zeiden: we moeten ons er niet mee bemoeien. Als je je tegen de Duitsers verzet wordt je gearresteerd.’

Uiteindelijk besloot hij om samen met Bob Tusenius, zijn vriend en buurjongen uit Den Haag, naar Engeland te gaan. ‘Elke nacht zag je de Engelsen overvliegen om de Duitsers aan te vallen. Ik dacht: als we naar Engeland gaan, dan kunnen we helpen de Duitsers eruit schoppen. ‘Zul je voorzichtig zijn,’ zei mijn moeder. Maar ze vond het prachtig.’

Mei 1943 vertrokken ze. Een lange reis over land via België, Frankrijk, Spanje en Portugal. Via zijn voetbalclub HBS kende Rudi mensen in Brussel en Parijs. Met hun hulp en door te werken in de bunkerbouw, kwamen ze uiteindelijk in Zuid-Frankrijk. Met een gids staken ze te voet de Pyreneeën over. ‘

We liepen drie dagen en drie nachten. Steile paadjes, berg op, berg af, want alle dalen lopen van oost naar west.’ In Spanje werden ze opgepakt, maar gelukkig na een maand al weer vrijgelaten. Via Madrid reisden ze door naar Sintra in Portugal. Bob kreeg een plek op een boot naar Engeland. Rudi kon mee met een Nederlands transportvliegtuig. Februari 1944 kwamen ze aan in Engeland. Zoals de meeste Engelandvaarders werd Rudi ondergebracht bij de Prinses Irene Brigade. Bij de ogentest leerde hij stiekem de letters uit zijn hoofd, zodat hij ondanks zijn bril met min 4 toch werd goedgekeurd.

In augustus 1944 landde hij met de Prinses Irene Brigade op de stranden van Normandië. Zo hielp hij mee om Tilburg en andere plaatsen in het zuiden van Nederland te bevrijden. ‘Iedereen was dolgelukkig. Iedereen vroeg om sigarettes. Toen ze er achter kwamen dat ik geen Engelsman was, maar een Hollander, was dat een enorme tegenvaller.’

Op 8 mei 1945 werd Den Haag bevrijd door de Prinses Irene Brigade en de Canadezen. Rudi was op dat moment in Engeland voor zijn opleiding tot officier. ‘Toen ik klaar was met mijn opleiding ben ik onmiddellijk terug gegaan naar Den Haag.’

Na de oorlog wilde hij naar Nederlands-Indië. Maar het ministerie vroeg hem om soldaten op te leiden, want hij had ervaring. Bij de landmacht kreeg hij te maken met jaloezie, omdat hij officier was terwijl hij nooit op de KMA had gezeten. Bij de kaderschool van de luchtmacht werd zijn ervaring meer gewaardeerd. ‘De commandant hoorde dat ik naar Engeland was geweest en zei: dan ben je hier van harte welkom. Toen ben ik overgestapt.’

Het heeft lang geduurd voordat hij over de oorlog ging vertellen. ‘Ik wilde niet opscheppen. Eigenlijk vond ik dat iedereen iets had moeten doen. Maar ik begrijp ook dat een hoop mensen dat niet konden. Dat je dit niet doet als je verantwoordelijk bent voor vrouw en kinderen. Soms waren mensen jaloers dat ik zoveel risico heb gelopen. Dat ik gewoon gezegd heb: ik ga er vandoor en ik ga naar Engeland. Maar ik had geen verplichtingen. De risico’s daar denk je niet aan. Je realiseert je pas na afloop dat je vreselijk geboft hebt. Als ik getrouwd was geweest en kinderen had gehad, had ik het waarschijnlijk niet gedaan.’

Een vraag van zijn kleindochter Jessica gaf de doorslag. ‘Een klasgenoot vroeg iets over de Tweede Wereldoorlog. De docent wist het antwoord niet en toen zei Jessica: mijn opa weet er alles van. Toen ben ik naar die school gegaan. De maatschappijleraar zei: dit is een verschrikkelijke klas. Maar de kinderen waren allemaal doodstil toen ik mijn verhaal vertelde.’

Na die eerste keer volgden meer scholen. ‘Kinderen zijn zo verschrikkelijk geïnteresseerd. Op veel scholen wordt nooit iets bijzonders over de oorlog verteld. Dat is vreselijk jammer. Daarom vertel ik graag mijn verhaal. Ik hoop ook dat mensen leren van onze ervaringen. En dat als er ooit weer een oorlog zou komen dat mensen denken: als het hem is gelukt: waarom mij niet?’

Rudi Hemmes
Rudi Hemmes is generaal-majoor b.d. van de Koninklijke Luchtmacht. Hij werd op 20 juni 1923 geboren in Harderwijk. Op 3-jarige leeftijd verhuisde hij met zijn moeder naar Den Haag. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij Engelandvaarder. Hij sloot zich aan bij de Prinses Irene Brigade en hielp mee bij de bevrijding van het zuiden van Nederland. Na de bevrijding koos hij voor een loopbaan bij de luchtmacht. In de zestiger jaren was hij commandant van de Luchtmacht Kaderschool in Schaarsbergen. Rudi Hemmes heeft diverse onderscheidingen ontvangen voor zijn verdiensten tijdens de oorlog. Sinds juni 2013 is hij ereburger van Den Haag.

Dit artikel is eerder verschenen in de Stadskrant van 17 april 2019