Prinsjesdag in Den Haag

De Oranjes in Den Haag

Favorieten

Den Haag en de Oranjes horen bij elkaar. Al meer dan vier eeuwen wonen de Oranjes bijna onafgebroken in Den Haag, eerst als stadhouders, later als koningen en koninginnen. In die periode hebben zij letterlijk hun stempel gedrukt op de stad.

Prins Maurits was de eerste die zich in de stad vestigde. In 1585 nam hij zijn intrek in het Stadhouderlijk Kwartier aan het Binnenhof en bouwde de naar hem genoemde Mauritstoren – daarmee werd Den Haag hofstad. Een echte hofcultuur ontstond pas onder Maurits’ opvolger en halfbroer prins Frederik Hendrik. Hij liet de hofhouding sterk uitbreiden en gaf grootse feesten. Ook liet stadhouder Frederik Hendrik verschillende paleizen bouwen, zoals Paleis Honselaarsdijk in het Westland en Huis ter Nieuburch in Rijswijk (beide later afgebroken) en Huis ten Bosch.

Ook na de tijd van de republiek en het stadhouderschap bleef Den Haag in de 19de en 20ste eeuw de hofstad waar de Oranjes als koningen en koninginnen woonden en werkten. Alleen koningin Juliana gaf de voorkeur aan paleis Soestdijk in Baarn en vertoonde zich maar weinig in Den Haag. Op dat moment was Den Haag de stad van de lege paleizen. Haar opvolgster Koningin Beatrix vestigde zich wel in Den Haag; zij nam in 1981 haar intrek in Huis ten Bosch. Paleis Noordeinde werd haar werkpaleis.

Haar zoon prins Willem-Alexander vestigde zich met zijn gezin op het Wassenaarse landgoed Eikenhorst. Onder koningin Juliana is Den Haag de stad van de lege paleizen. Juliana woont op paleis Soestdijk in Baarn en vertoont zich maar weinig in Den Haag. Haar opvolgster Beatrix vestigt zich wel in Den Haag; zij neemt in 1981 haar intrek in Huis ten Bosch. Paleis Noordeinde wordt haar werkpaleis. Haar zoon prins Willem-Alexander vestigde zich met zijn gezin op het Wassenaarse landgoed Eikenhorst. Daar blijft hij ook na zijn troonsbestijging wonen, tot Huis ten Bosch een algehele restauratie heeft ondergaan.

Het hofleven is al lang niet meer zo uitbundig als in de 17de en 18de eeuw. Slechts bij enkele gelegenheden, zoals Prinsjesdag, is tegenwoordig nog iets te merken van het vorstelijk vertoon van weleer. Het zijn ook publiek momenten waarbij de inwoners van Den Haag delen in de vreugde of in het verdriet van deze familie.

Koninklijke Stallen
Koets bij de Koninklijke stallen

Feesten en rijtoeren

Den Haag is bij uitstek de plaats waar men de Oranjes “in het echt” kan zien, bijvoorbeeld tijdens Prinsjesdag. Tot ver in de 20ste eeuw lieten de Oranjes zich ook bij ander gelegenheden rondrijden door de stad. Daarbij werd door de inwoners van Den Haag flink uitgepakt om de stadhouders en koningen een passend podium te bieden. Erebogen, feestversieringen en natuurlijk veel vlaggen sierden bij deze gebeurtenissen het straatbeeld. Lange tijd lieten de Oranjes zich zien op het meest Haagse feest bij uitstek, de Meikermis. In de 17de en 18de eeuw was het bezoek van de stadhouder en zijn familie het jaarlijkse hoogtepunt van deze kermis.

Oranje boven- Oranje verguisd
Wisselende populariteit

Maar er werd niet alleen gefeest. De positie van de stadhouders en koningen uit het Huis Oranje-Nassau was en is nog altijd een onderwerp van discussie. Door de eeuwen heen waren de Oranjes meer of minder populair. Tijdens de zogenaamde stadhouderloze tijdperken in de 17de en 18de eeuw werden de Oranjes door politieke tegenstanders buitenspel gezet. Zo verzetten zich aan het einde van de 18de eeuw steeds meer burgers zich tegen de macht van de Oranjes. Tegenover deze groep, de patriotten genoemd, stonden de Oranje-gezinden, die stadhouder Willem V steunden. Hun onderlinge strijd werd niet alleen op straat, maar ook in pamfletten, op insignes en met voorstellingen op glaswerk en serviezen uitgevochten.

Ook in de 19de en 20ste eeuw beleefde het koningshuis verschillende kritieke momenten. In 1918 deed de socialistische politicus Troelstra een poging een revolutie te ontketenen en koningin Wilhelmina van de troon te stoten. De strijd tussen de voor- en tegenstanders van de Oranjes werd vaak in het publiek uitgevochten, met veel straatrumoer en manifestaties.

Nog altijd is het koningshuis geregeld onderwerp van discussie. Verschillende politieke partijen willen een puur ceremonieel koningschap. Toch is het Oranjehuis nog altijd erg populair onder de Nederlandse bevolking.
Nederland kent talloze Oranjeverenigingen en Oranjesouvenirs vinden gretig aftrek.

Hof en dorp

De oorsprong van Den Haag stamt van enkele eeuwen vóór de komst van de Oranjes. Reeds voor hun komst was het een dorp dat dienstbaar aan het hof. Het is feitelijk ontstaan uit twee middeleeuwse kernen: aan de ene kant het grafelijke hof aan de Hofvijver, aan de andere kant het dorp Die Haghe rond de Grote Kerk. Hoewel ze nauw met elkaar verbonden waren, bleven het lange tijd gescheiden werelden. Beide hadden een eigen bestuur: op het gebied van het Binnenhof had de regering van Holland het voor het zeggen; in het dorp had het lokale bestuur de macht. Beide hadden ook een eigen wapen: de rode leeuw van het gewest Holland en, vanaf de 16de eeuw, de ooievaar van het dorp Die Haghe.

Naast een eigen bestuur hadden hof en dorp ook een eigen rechtbank en een eigen schuttersgilde. In het straatbeeld was de scheiding goed zichtbaar. Hoge bestuursambtenaren bezaten fraaie huizen gelegen aan ruime straten rondom het Binnenhof en de Hofvijver. De ambachts- en handelslieden woonden rond de Groenmarkt in kleine huisjes in smalle straten en steegjes.Vele van deze ambachtslieden gingen in de loop van de tijd hoogwaardigere producten produceren en deze leveren aan het hof en andere notabelen.

Hofleveranciers

Koning Willem I was in 1814 de eerste die het predicaat hofleverancier verstrekte. Hofleveranciers waren oorspronkelijk bedrijven die aan het hof leverden. Later verviel die eis. Ook verdienstelijke bedrijven die geen band met het Hof hadden, konden nu hofleverancier worden. Wel moesten zij tenminste 100 jaar bestaan. Het zal niet verbazen dat Den Haag relatief veel Hofleveranciers had en nog steeds heeft. Bekijk de hofleveranciers.

Koning Willem I

Koning Willem I heeft als eerste Oranje-koning van Nederland, in 1806 was Lodewijk Napoleon de eerste Koning van Holland, vooral veel betekend voor de ontwikkeling van industrie en nijverheid en de verbetering van de infrastructuur door de aanleg van nieuwe wegen en kanalen. Na de nederlaag van Keizer Napoleon werd Prins Willem verzocht om vanuit Engeland naar Nederland terug te komen. Hij landde in Scheveningen en presenteerde zich als soeverein vorst Willem I. Op ditzelfde Scheveningse strand was hij bijna twintig jaar eerder met zijn vader stadhouder Willem V gedwongen naar Engeland vertrokken. Met zijn terugkeer begon de Oranje monarchie in Nederland.

Tips om je onder te dompelen in Koninklijk Den Haag