Tyd en Konst
Veel luisteraars kennen de viola da gamba uit Bachs passiemuziek. Maar er bestaat een schat aan werken die verder gaan dan begeleiding of sfeer. Gambist Nino Bos treedt in de voetsporen van Johannes Schenck en August Kühnel, twee componisten die hun instrument van binnenuit kenden: zij speelden het zelf.
Schencks sonates waren in het Amsterdam van 1690 revolutionair, technischmeesterlijk en vol vuurwerk. Kühnel verrast met wringende dissonanten, scherpe contrasten en een uitgesproken gevoel voor drama.
Samen met gambiste Amélie Rebeix en klavecinist Nicolaas Stam brengt Bos deze muziek opnieuw voor het voetlicht. Hun frisse blik en nieuwsgierigheid naar vergeten repertoire sluiten naadloos aan bijde ontdekkingsgeest van deze muziek. In de intieme Commissarissenzaal van het Nutshuis komt dit kamermuziekrepertoire bijzonder goed tot zijn recht. Een avond vol virtuositeit, verrassende klankkleuren en muzikale ontdekkingen.